+31 (0) 462041468     +31 (0) 6 3811 4360

0 artikel(en) - € 0,00
U hebt niets in uw winkelwagen.

Wettelijke eisen autoverlichting

Autoverlichting is momenteel een hot item. Er zijn de laatste jaren veel nieuwe lichttechnieken bijgekomen zoals led verlichting, laser verlichting en, daaruit voortvloeiend, ook veel vragen over wat er nu eigenlijk wel en niet mag. In dit artikel zullen we de belangrijkste punten omtrent de wetgeving van autoverlichting voor u op een rijtje zetten. 

Wie dient er verlichting te voeren en wanneer?

Dit geld voor alle voertuigen:

  • - Zowel voor auto's, (brom)fietsen en brommobielen
  • - Zowel 's nachts èn overdag bij slecht zicht
  • - Zowel binnen als buiten de bebouwde kom

Wat zijn de wettelijke regels omtrent autoverlichting nu precies?

Er zijn helaas veel misverstanden over de wetgeving van autoverlichting. De regels zijn als volgt:

  • - Alle naar voren gerichte lichten moeten geel of wit stralen
  • - Alle naar achter gerichte verlichting moet rood stralen
  • - Alleen het achteruitrijlicht mag geel of wit stralen
  • - Knipperlicht achterzijde moet oranje of rood zijn
  • - Extra verlichting en verlichting onder de auto is verboden als dit zonder schakelaar gemonteerd is. Deze verlichting mag alleen als deze met een schakelaar uit te zetten is.

Wetgeving autoverlichting: wat mag wel en wat mag niet?

Verkeerd gebruik van de verlichting kan een boete opleveren. Hieronder valt bijvoorbeeld het voeren van mistlicht wanneer het niet mistig is. Om u te helpen met het voorkomen van boetes en gevaarlijke situaties hebben we voor u een opsomming gemaakt per type verlichting:

  • - Dimlicht: Dit mag je overdag voeren. Daarnaast is het verplicht deze verlichting ’s nachts te voeren en/of overdag bij slecht zicht.
  • - Groot licht: Dit mag alleen 's nachts gebruikt worden, behalve bij tegenliggers of wanneer op korte afstand een ander voertuig wordt gevolgd (dus ook fietsers en bromfietsers). Dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom.
  • - Dagrijlicht: Bedoeld voor overdag en beide lichten zijn naar voren gericht. Ze moeten automatischworden gedoofd wanneer de dimlichten aan gaan.
  • - Mistlicht: Mag alleen gevoerd worden als de weersomstandigheden daar aanleiding voor geven. Het mistlicht voor mag alleen branden als er nauwelijks zicht is door mist, sneeuwval of regen. Het mistlicht achter mag alleen aan bij mist of sneeuwval waardoor het zicht minder is dan 50 meter. Bij zware regen mag het mistachterlicht niet gebruikt worden.
  • - Achterlichten en kentekenplaatverlichting: Moeten altijd gelijktijdig branden met groot licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht. Dit is standaard zo ingesteld bij Europese auto’s, dus, indien de lichten funcitioneren, zult u altijd voldoen aan deze regel.
  • - Parkeerverlichting: Verplicht bij parkeren of stil staan buiten de bebouwde kom. Dit geldt zowel 's nachts als overdag bij slecht zicht.
  • - Breed- en verstralers: Deze mogen niet gebruikt worden.
  • - Zijmarkeringslichten: Mistlichten en (zij)markeringslichten zijn verplicht voor caravans en aanhangwagens. De politie controleert hierop tijdens de reguliere controles. Er zijn uitzonderingen:
    • Zware caravans of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg en die vóór 1 januari 1998 in gebruik zijn genomen, zijn niet verplicht om mistachterlichten te hebben.
    • Caravans of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van 750 kg of minder, zijn niet verplicht om mistverlichting te hebben als het trekkend voertuig geen mistachterlicht heeft.
    • Fietsdragers op de trekhaak hoeven geen mistlichten te hebben.